vrijdag, november 16, 2018

VERHANDELING OVER GEESTELIJK ERFGOED.

Erfgoed op grond van geestelijke verwantschap.

Erfgoed op grond van denkkarakteristieken.

Erfgoed op grond van de totale inzetbaarheid van het "nu" in zichzelf tot zichzelf komende vermogen.

Het erfdeel zal afhangen in wat voor mate de ziel dit een plaats kan geven op haar eigen gebied, en in wat voor mate het lager zelf zicht hiertoe rijp zal  weten te maken.
Het erfgoed zal in deze context individueel en als groepseenheid afhangen in wat voor mate dit overdrachtelijk kan worden gezien. Men erft omdat het van zichzelf ervend is, en als zodanig ook in zal moeten worden gelaten. Claimt men het erfgoed voor eigen gewin, dan zal men vroeg of laat merken dat men zichzelf heeft onterfd, en zich het erfdeel zolang ontzegd weet totdat deze Wet is begrepen en geïntegreerd.

Uit bovenstaande blijkt dus dat de te erven goederen in dit samenhangend geheel, niet alleen zal bestaan uit onze eigen wezensdelen maar ook uit die van anderen. Wat duidelijk naar voren wordt gebracht door het kind dat groepsziel heet en is verwekt door allen die tot deze bevruchting hebben bijgedragen.  Zij - het kind of groepsziel - erft alles wat een ieder van de groep individueel aan totaal wezenlijk bewustzijn heeft over te dragen.  Met geestelijk erfgoed kunnen we pas in waarheid drachtig en overdrachtelijk zijn. De kringloop van geboorte en dood is tevens de kringloop van de overerving. Het offer wat wezenlijk aan het leven wordt gebracht, zal altijd en eeuwig weer door ons eigen wezen worden geërfd. "Solidé solidat ". (Alleen in God zal het betrouwbaar en vernieuwend zijn; waarvan akte).

Het harmoniserende kruis

Onze, en dus niet alleen de mijne, denkkarakteristieken zien wij thans in gezamenlijke erving gerealiseerd in het hierboven staande kruis, gevat in een cirkel.
Het kruis op zich staat voor het vissentijdperk. Het is een strijdig kruis tot bewustwording van ons fysiek wezen (de vis als vis). De cirkel staat voor het Aquariustijdperk. Het is de cirkel die het strijdig kruis in harmonie zal weten te brengen. Samen staan ze voor bewustwording van ons astraal wezen. (de vis als zee).
Het is dan ook aan een ieder om aan de zich nu ontwikkelende groepsziel verwant te gaan weten, om aldus de gelegenheid te gaan scheppen bewust gebruik te maken van het totaal aan geestelijk intellect en vermogen. Toegang tot haar zal uiteraard de intentie zijn, maar kan tevens geschieden door bovenstaand symbool (sleutel of code) in denken te nemen.
 
Deze groepszielverwantschap op grond van geestelijke overerving, kunnen wij tevens terugzien in het hier onderstaande geometrisch manifest van de verhandeling van geestelijk erfgoed op basis van groepszielontwikkeling.
 
Integraal geometrisch manifest voor groepszielontwikkeling.

                            Detail van het integraal geometrisch manifest.

A - Groepsziel-Zelf; subjectief in innerste zijnde Weten.
B - Kosmische uitslag van de inslag; in uiterste gebracht zijnde objectieve Weten.
C - Kosmische werkingen van het groepsziel-Zelfbewustzijn.
D - Hoger Zelf; subjectief in innerste zijnde Weten.
E  - Kosmische uitslag van de inslag; in uiterste gebracht zijnde objectieve Weten.
F - Kosmische werkingen van het hoger Zelfbewustzijn.
G - Lijn van de vereenzelviging. A - D
H - Lijn van de integratie.  B - E

Nu wij zicht krijgen op het geometrisch groepszielsymbool vanuit individueel oogpunt, ontdekken wij t.o.v. het sublimatiesymbool een verschil in integratie. Bij het sublimatiesymbool dient "B" zich om te polen om tot "D" te komen; in het hier gegeven geometrisch symbool is er al een eenlijnfunktie, n.l. die van "D" naar "A". Dit houdt dus in dat wij voor een goede afstemming op het Zelf van de groepsziel, het sublimatiesymbool grotendeels al in ons bewustzijn dienen te hebben gerealiseerd. Of anders gezegd dat het egoïsch aspect, wat op dat moment door het egoïsch lager zelf en  hoger Zelf in "D"  doet realiseren, zich tevens in het groepszelf zal weten terug te vinden. Pas dan komt de eenlijnfunktie van de individuele ziel en groepsziel tot stand, met de daaraan verbonden actualisatie in "B" en de kosmische groepszielverwerkingen in  “C".

Met deze verhandeling over geestelijk erfgoed, dienen we met het oog op het nalatenschap niet alleen bewust te worden van wat er nagelaten is maar ook wat daaraan vermeerderd of verminderd dient te worden. We moeten het zien als een enorme granieten zeskantige blok, waaraan elke komende generatie aan heeft te schaven tot het zijn uiteindelijke voltooiing in een zuivere bolvorm heeft te tonen; het universele huis waarin wij allen, als we het rond hebben, in kunnen vinden en wonen.