vrijdag, november 16, 2018

"Wet van Aantrekking"  +  toelichting"

Schimmert/munstergeleen, 17-12-1999

Samenvatting.

Zeer kort samengevat beschrijft de "Wet van Aantrekking" de volgende zaken:
    -    hoe wij kunnen komen tot een blijvende bewustzijnsverhoging;
    -    hoe wij steeds die situaties aantrekken die voor ons op maat ("op het lijf") gesneden zijn, daarom heet het ook "de Wet van Aantrekking";
    -    wat de voornaamste delen van ons wezen zijn en hoe wij van deze kennis gebruik kunnen maken.
 
Woord vooraf.
In het hierna volgende verhaal wordt geprobeerd om een uitleg te geven aan de “Wet van aantrekking”, om zodoende de toegankelijkheid hiervan te bevorderen.
Hiervoor wordt steeds een stukje letterlijke tekst genomen en dat wordt daarna "vertaald". De teksten  heb ik steeds schuingedrukt weergegeven en mijn eigen uitleg staat in het gewone lettertype.
De teksten heb ik zo letterlijk mogelijk proberen te "vertalen", maar begrippen die in de Esoterie algemeen gebruikt worden, heb ik niet verder uitgelegd, aangezien ik ervan uitga dat deze bekend zijn. Het gaat om begrippen als: Hoger Zelf, geest, ziel, Monade, enz.
Met "Wet" wordt bedoelt geen door mensen gemaakte wet (die steeds een situatie beschrijft zoals die zou moeten zijn), maar een natuurwet (die een situatie beschrijft zoals die IS).
 
"De Wet van Aantrekking"

"Standaard procedure voor het onder bewustzijn brengen van de vier ín ons en úit ons gestelde naturen tot een "vier-in-een" gestelde natuur.

Alles staat of valt bij het karakter van het denken: te noemen "denkkarakteristieken". Deze komen tot actualisatie door middel van de intentie; wat zich op haar beurt weer herleid kan zien tot het hoger Zelf"

Het bovenstaande zegt: Beschrijving van een geijkte manier om te komen tot een blijvende bewustzijnsverhoging. Dit heeft alles te maken met het veranderen van onze manier van denken. De "manier van denken" wordt dan "denkkarakteristieken" genoemd.

"Deze komen tot acualisatie ..." betekent: Deze verandering kan op gang gebracht worden door onze intentie, dus onze bedoeling. Deze intentie vindt haar oorsprong in het Hoger Zelf, maar moet door ons zelf, hier op aarde, "op gang worden gebracht". De bewustzijnsverhoging gebeurt door het integreren – het bewust doen omvatten - van de verschillende delen van ons wezen. Deze "verschillende delen van ons wezen" (vanaf hier noem ik dit "wezensdelen") worden in de W.v.A. "in ons en uit ons gestelde naturen" genoemd. Wat in eerste aanleg stelt dat wij vier van die naturen hebben, dus vier wezensdelen. Dit zijn: onze fysieke, etherische, astrale en mentale natuur.  
 
"De Wet in openbaring"

Dit betekent: de Wet van Aantrekking, zoals die zich aan ons openbaart, dus zoals wij die in ons eigen leven kunnen her-kennen.
De Wet wordt uitgedrukt in zeven "proclamaties". Een proclamatie is een bekendmaking of verkondiging. In vroegere tijden gingen herauten rond om de raadsbesluiten van de koning aan het volk bekend te maken. Zij werden in de vorm van pamfletten overal op openbare plaatsen opgehangen.
 
"Eerste proclamatie:

Dat onze staat van dienst tot het universeel geheel zal afhangen in wat voor mate wij in de materie zijn doorgedrongen. (Zoals wij gaan weten is ons beeld opgebouwd uit energieën. Het zijn deze energieën die de bouwstenen er van vormen. Naarmate wij nu van deze energieën bewust worden, geraken wij tevens tot de essentie van ons bestaan)."

Met "onze staat van dienst tot het universeel geheel" wordt bedoeld: in hoeverre wij dienstbaar (van dienst) kunnen zijn voor onszelf, onze medemensen en het gehele universum. De "staat van dienst" geeft dus aan in hoeverre wij het vermogen hebben om iets (belangrijks) voor onszelf en alle anderen te kunnen doen.

Met "in wat voor mate wij in de materie zijn doorgedrongen" wordt bedoelt: de mate waarin wij ons bewust worden van de werkelijke aard en de essentie van de materie en daarmee van de wereld om ons heen. Albert Einstein heeft aangetoond dat energie en materie één en hetzelfde zijn; de formule E=MC2 geeft de relatie aan tussen energie en materie en geeft o.a. aan dat het een in het ander kan worden omgezet (en omgekeerd). Onze kerncentrales (en onze zon en alle sterren) bewijzen dat dit waar is. Materie IS energie, maar dan energie in een specifieke vorm. Niet alle energie is dus materie (denk aan electriciteit, aan licht, warmte, enz.)

Het woord "doorgedrongen" moet gelezen worden als DOORgedrongen. Met deze zinsnede wordt dus bedoeld: "in wat voor mate wij de aard van de materie DOORzien".

De bovenstaande alinea geeft dus aan: in hoeverre wij dienstbaar (van dienst) kunnen zijn voor de totaliteit (het "universeel geheel"), wat afhangt in hoeverre wij ons bewust zijn van de werkelijke aard en van de essentie van het universum waarin wij leven. Dus: hoe meer wij ons hiervan bewust worden, des te meer kunnen wij ook iets doen voor onszelf, anderen en het hele universum.
 
"Tweede proclamatie:

Dat hetgeen wij ons hebben te spiegelen door middel van onze ziel, niet meer is dan wat wij totaal wezenlijk hebben in te zetten, uit te zetten en daarmee hebben aan te trekken."

Alles wat wij om ons heen zien is een spiegeling van onze ziel. Dit wil zeggen: onze ziel heeft een deel van onszelf (dus datgene wat "binnen in" ons is), "buiten" ons vormgegeven in de wereld om ons heen. Doel hiervan is, dat wij onszelf kunnen gaan kennen en her-kennen.

Daardoor is datgene wat wij in onze "buiten"wereld beleven exact gelijk aan datgene wat wij aankunnen. In de W.v.A. wordt dit genoemd: "wat wij (…) hebben in te zetten, uit te zetten en daarmee (…) aan te trekken".

Als je het vergelijkt met een kaartspel, is het duidelijk wat er in de W.v.A. wordt bedoelt:

"Wat wij hebben in te zetten" is de "inzet" van het spel, dus datgene wat wij kunnen "inzetten" (en daarmee kunnen winnen). Het geeft dus aan "wat we in huis hebben", wat onze mogelijkheden zijn.

"Wat wij hebben uit te zetten" is de winst van het kaartspel. Deze winst kunnen we bij elkaar sparen, zoals je voor het trouwen een "uitzet" bij elkaar kunt sparen. Verder kun je de winst "uitzetten op de bank". Het resultaat zal dan verder "uitzetten" (groter worden). Het zijn dus die verworvenheden van onszelf waarmee we iets kunnen doen ten voordele van onszelf en anderen.

"Wat wij hebben aan te trekken" is het kaartspel zelf: aan bepaalde tafels wordt met een hoge inzet gespeeld en aan andere tafels met een lagere inzet. Een hoge inzet betekent dat het spel moeilijker is, maar dat je ook meer kunt "winnen". Wij worden dus "aangetrokken" door die "tafel" die precies past bij datgene wat wij kunnen inzetten. Net zoals een magneet wel ijzer aantrekt, maar geen andere metalen, zo trekken wij die situaties aan, die passen bij onze "inzet".

Dit betekent dat wij nooit méér voor onze kiezen krijgen dan wij ook werkelijk aankunnen.

Impliciet betekent dit ook, dat het spel moeilijker wordt, naarmate wij het beter gaan beheersen. Dit komt doordat de inzet steeds hoger wordt. Dit gaat door tot wij "het spel meester zijn" en dan is het helemaal niet meer moeilijk; dan kunnen wij met ELKE inzet winnen.

Christus, Boeddha en Krishna zijn van die mensen die "het spel meester zijn"; zij worden dan ook "meesters" genoemd.
 
"Derde proclamatie:

Dat het in eerste aanleg het uitvloeisel is van aantrekking;
A.    gelegen naar hoogte in bewustzijn van het Hoger Zelf;
B.    daaropvolgend de "individuele oorzaak" waarin het eigen karakter naar karma is opgenomen;
C.   daaropvolgend het "lager zelf" dat de individuele oorzaak als geweten tot leidraad heeft."

De manier waarop deze aantrekking (d.w.z. dat wij alleen die situaties krijgen voorgeschoteld die bij ons passen) geregeld is, is als volgt:

A.    Het bewustzijnsniveau van je Hoger Zelf verandert in de loop der tijd, d.w.z. het breidt zich steeds uit. Je omstandigheden (= "aantrekking") worden dus op de eerste plaats bepaald door het bewustzijnsniveau van je Hoger Zelf.

B.    De "individuele oorzaak" komt voort uit het Hoger Zelf. Deze individuele oorzaak is dat gedeelte van het Hoger Zelf, dat er voor zorgt dat er een nieuw lichaam wordt gevormd (en instand gehouden) en dat de geest hierin kan incarneren. Het bepaalt ook ons karakter, dus "wie wij zijn als we geboren worden". Verder, zo vertelt ons de W.v.A., bepaalt de individuele oorzaak het "eigen karakter naar karma", d.w.z. hoe de aard van ons karma eruitziet. Of anders gezegd: het bepaalt wat wij voor onze kiezen krijgen.

C.    Het "lager zelf" komt voort uit de individuele oorzaak. De individuele oorzaak vervult de funktie van "geweten" voor het lager zelf.
 
"Vierde proclamatie:

Dat het in tweede aanleg ons gevoel is en in eerste aanleg ons denken, om deze Wet tot bewustzijn, dus tot ons Hoger Zelf te brengen."

In de eerste plaats door ons denken en in de tweede plaats door gevoel kunnen wij ons bewust worden van de Wet van Aantrekking. Zo gauw deze Wet onderdeel wordt van ons bewustzijn (dus niet alleen van het "weten", maar ook van het "beseffen"), wordt deze ook opgenomen in het bewustzijn van het Hoger Zelf.
 
"Vijfde proclamatie:

Dat alleen de zuivere intentie, dus zonder het "hoe", het "wat" en het "waarom", ons datgene aantrekken zal wat voor ons volledig op maat gesneden zal zijn."

Zo gauw wij handelen vanuit onze zuivere intentie (dus vanuit datgene waarvan we voelen dat we het écht zouden moeten doen), zonder ons te bekommeren om "hoe", "wat" of "waarom" we iets moeten doen, zullen wij datgene voorgeschoteld krijgen (in onze omstandigheden en onze omgeving), dat hier volledig bij past.

Dit is de kerngedachte van de "Wet van Aantrekking".
 
"Zesde proclamatie:

Dat door onze onwetendheid (onvermogen) wij de energie als zuivere essentie reglementeren tot psychische belevingen, waardoor wij - gelukkig maar - het leven op onze hoogte aankunnen."

Door onze onwetendheid of onvermogen kunnen wij nog niet omgaan met de "energie als zuivere essentie". Wij hebben dus nog handvaten nodig (d.w.z. vertalingen naar de wereld zoals wij die kennen), zodat wij deze essentie op onze eigen manier kunnen oppakken en begrijpen.

Wij "reglementeren deze energie tot psychische belevingen", d.w.z. stoppen het in vakjes en plakken er etiketten op. Van een zuiver spirituele ervaring wordt het daarmee een psychische ervaring. Dit betekent enerzijds dat wij maar een klein deel van de totale werkelijkheid oppakken, maar anderzijds betekent dit ("gelukkig maar") dat wij dat gedeelte wel aankunnen.
 
"Zevende proclamatie:
Dat naar aanleiding van deze Wet in aanleg wij onze vier natuurrijken verwettigen in vier lagere aspecten, waardoor wij heden ten dage onze natuur als volgt voorstellen en alchemeren.
Sub 1.    Het vermineraliseren van de in waarheid in ons voorkomende ziele-energieën van het eerste natuurrijk.
Sub 2.    Het verbloemen van de in waarheid in ons voorkomende ziele-energieën van het tweede natuurrijk.
Sub 3.    Het verdierlijken van de in waarheid in ons voorkomende ziele-energieën van het derde natuurrijk.
Sub 4.    Het vermenselijken van de in waarheid in ons voorkomende ziele-energieën van het vierde natuurrijk."

Elke mens heeft een aantal wezensdelen die in de W.v.A. "natuurrijken" worden genoemd. Deze wezensdelen zitten binnen in ons (maken deel uit van onze ziel), maar weerspiegelen zich buiten ons. Zij vormen datgene wat wij in onze "buiten"wereld kunnen waarnemen.

In de W.v.A. worden de vier wezensdelen als volgt benoemd:

1    Het "eerste natuurrijk", ofwel het fysieke rijk. Onze ziel weerspiegelt dit buiten ons als het minerale rijk. In dit rijk heeft elke substantie zijn eigen ziel, dus zijn eigen verschijningsvorm en eigenschappen, kenmerken. Dit geldt niet alleen voor de stoffen die wij "mineralen" noemen, maar voor alle stoffen. Uit deze stoffen is onze fysieke wereld opgebouwd.

Onze ziel ervoor zorgt dat het fysieke rijk gaat "vermineraliseren", d.w.z. mineralen (materie) wordt.

Onze ziel creëert dus voor ons het minerale rijk, zodat onze fysieke wezensdelen voor ons herkenbaar worden.

2    Het "tweede natuurrijk", ofwel het etherische rijk. Onze ziel weerspiegelt dit buiten ons als het plantenrijk. In dit rijk heeft elke plantensoort zijn eigen ziel.

Onze ziel ervoor zorgt dat het etherische rijk gaat "verbloemen", d.w.z. bloemen (planten) wordt. Onze ziel creëert dus voor ons het plantenrijk, zodat onze etherische wezensdelen voor ons herkenbaar worden.

3    Het "derde natuurrijk", ofwel het astrale rijk.

Onze ziel weerspiegelt dit buiten ons als het dierenrijk. In dit rijk heeft elke diersoort zijn eigen ziel.

Onze ziel ervoor zorgt dat het astrale rijk gaat "verdierlijken", d.w.z. dieren wordt. Onze ziel creëert dus voor ons het dierenrijk, zodat onze astrale wezensdelen voor ons herkenbaar worden.

4    Het "vierde natuurrijk", ofwel het mentale rijk.

Onze ziel weerspiegelt dit buiten ons als het mensenrijk. In dit rijk heeft elke mens zijn eigen ziel. Iedere mens vormt dus een "soort op zich".

Onze ziel ervoor zorgt dat het fysieke rijk gaat "vermenselijken" d.w.z. (mede)mensen wordt. Onze ziel creëert dus voor ons het mensenrijk, zodat onze mentale wezensdelen voor ons herkenbaar worden.

Er zijn overigens nog meer wezensdelen. In de esotherie worden die benoemd als het atmische, buddhische en monadische rijk. Deze weerspiegelen zich echter (nog) niet rechtstreeks in onze belevingswereld; daarom beschrijft de W.v.A. alleen de vier lagere rijken.

De Wet van Aantrekking zorgt ervoor deze vier wezensdelen van onze ziel tot uitdrukking komen ("verwettigen") in de vier natuurrijken om ons heen. Daardoor kunnen wij ons onze eigen aard "voorstellen" (d.w.z. een beeld van vormen, een voorstelling van maken) en "alchemeren" (d.w.z. transformeren, veranderen, omzetten naar een hogere hoedanigheid).

Een en ander houdt in, dat als onze "innerlijke natuur" verandert (op een hoger niveau komt), zich dat zal weerspiegelen in de vier natuurrijken om ons heen. Zij zullen dan (in onze ogen) dus ook veranderen; wij gaan er anders naar kijken.
 
"De wet in uitvoering"

Dit betekent: de Wet van Aantrekking, zoals "in uitvoering" is, dus zoals die werkt in de praktijk. Het beschrijft welke effekten deze Wet heeft.

"Wie nu deze Wet van Aantrekking tot inzicht verwerft, zal met alles en iedereen een geestelijk huwelijk kunnen aangaan, zonder boterbriefje van de reguliere gemeenschap."

Met een "geestelijk huwelijk" wordt bedoeld: een besef van eenheid met alles en iedereen; het weten dat alles buiten ons ook een deel is van onszelf. Als we dit tot inzicht gaan verwerven, gaan beseffen, zijn we niet langer afhankelijk van de instemming en goedkeuring van de "reguliere gemeenschap" (de mensen om ons heen).

"Het fenomeen van navolging zien wij hierdoor duidelijk naar voren komen. Want ontdoen wij nu onze ziel van de persoonlijkheid, dan ontstaat er de mogelijkheid voor andere zielen volledig af te stemmen op onze ziel; mits ze tevens bereid zijn dit te bekrachtigen met hun geloof.

Door middel van dit geestelijk actueel gebeuren zien wij onze "denkkarakteristieken" tevens in die van de ander naar voren komen. Het leidend beginsel hierin zal dus altijd gekend worden bij het wezen dat zijn of haar persoonlijkheid weet op te gaan heffen.

Hier geldt dan de omgekeerde Wet: hoe meer men het Zelf wordt, hoe minder men hoeft te worden gezien."

Als we dit doen en "onze ziel ontdoen van onze persoonlijkheid" (d.w.z. niet handelen vanuit ons eigen kleine "ikje", maar vanuit ons grote "Ik"), dan worden wij zuiver herkenbaar voor anderen, dan "ontstaat er de mogelijkheid voor andere zielen volledig af te stemmen op onze ziel". Dit betekent dat anderen zich kúnnen afstemmen op onze "golflengte", op voorwaarde dat zij dat ook zelf willen en  bereid zijn geloof te hechten aan onze woorden ("bereid zijn dit te bekrachtigen met hun geloof").

Als iemand zich dan op ons wil afstemmen, dan zien wij dat ons gedrag en onze "denkkarakteristieken" (onze manier van denken) ook door die ander worden overgenomen. De W.v.A. benoemt het verschijnsel, als dat iemand ons gedrag en manier van denken gaat overnemen "het fenomeen van navolging".

Hierdoor zal voor degene die zich gaat afstemmen op zijn eigen essentie (zijn ziel), duidelijk worden wat er aan de hand is. Het "leidend beginsel" wordt aan hem of haar duidelijk, d.w.z. deze persoon gaat de structuren duidelijk zien hoe het een en ander in zijn werk gaat.

"Persoonlijkheid opheffen": met "opheffen" wordt enerzijds bedoeld: het beëindigen, dus het niet langer uitgaan van ons eigen kleine "ikje". Anderzijds betekent het ook: het "verheffen naar een hoger niveau".
"Hoe meer men het Zelf wordt, hoe minder men hoeft te worden gezien": Als je je gaat afstemmen op je eigen ziel, hoef je minder moeite te doen dit aan anderen duidelijk te maken, het wordt vanzelf ("van Zelf") al duidelijk.

Supplement "Wet van Aantrekking"
Supplement = aanvulling (of verduidelijking) op de Wet van Aantrekking.

"Wij zijn God voor onze uiterlijke natuur, want zij kwam uit onze wezensontwikkeling voort. De wijze waarop de uiterlijke natuur nu door ons wordt waargenomen, heeft alles te maken met de op handen zijnde bewustwording van ons Zelf.

Met dit als Goddelijk gegeven komen wij met ons bewustzijn van deze tijd, binnen het bereik van de vier navolgende denkvoorstellen"

Onze ziel heeft onze uiterlijke natuur gecreëerd, daarom zijn wij God voor onze uiterlijke natuur. Dit betekent dat onze uiterlijke natuur (d.w.z. de natuurrijken, zoals wij die buiten ons zien) ons ontwikkelingsniveau weerspiegelt.

Hoe wij kijken naar de dingen om ons heen, heeft dus alles te maken met de ontwikkeling van ons bewustzijn.

"Komen wij met ons bewustzijn binnen het bereik van deze denkvoorstellen" betekent: wij zijn nu op zo'n punt gekomen in onze zelfontwikkeling, dat het voor ons mogelijk wordt bepaalde zaken in overweging te nemen.

Wij krijgen dus, op het ontwikkelingspunt waar we nu zitten, een aantal mogelijkheden, waar we gebruik van kunnen maken. In de W.v.A. worden dit "denkvoorstellen" genoemd. Het woord "voorstellen" (als werkwoord) heeft onder meer drie betekenissen:

1    een propositie, oftewel een mogelijkheid opperen waar wel of niet uit gekozen kan worden (bijv. in de zin "Ik wil je iets voorstellen").
2    het presenteren, oftewel laten kennismaken met (bijv. "Ik zal je aan hem voorstellen").
3    zichzelf een voorstelling maken van (bijv. "Kun jij je dat voorstellen?").

Het woord "denkvoorstellen", zoals dat in de W.v.A. wordt gebruikt, omvat alle drie deze betekenissen. Toch ligt de nadruk op de eerste betekenis: het opperen van een mogelijkheid.
 
"Eerste denkvoorstel:
Zo een ieder naar hoogte van zijn of haar bewustwording van het leven God dient;  zo dient evenredig de minerale natuur ons wezen. Naar mate dit besef als begrip in ons groeit, ontharden en doorzien wij het minerale aanzien en zal het dat heldere inzicht schenken waarop beide naturen - de innerlijke en de uiterlijke natuur - zich in essentie hebben te vinden.
 
Tweede denkvoorstel:
Zo een ieder naar hoogte van zijn of haar bewustwording van het leven God dient;  zo dient evenredig de etherische natuur ons wezen. Naar mate dit besef als begrip in ons groeit, ontgroenen en doorlichten wij het etherisch aanzien en zal het dat heldere inzicht schenken waarop beide naturen - de innerlijke en de uiterlijke natuur - zich in essentie hebben te vinden.
 
Derde denkvoorstel:
Zo een ieder naar hoogte van zijn of haar bewustwording van het leven God dient;  zo dient evenredig de astrale natuur ons wezen. Naar mate dit besef als begrip in ons groeit, verwarmen en verlevendigen wij het astrale aanzien en zal het dat heldere inzicht schenken waarop beide naturen - de innerlijke en de uiterlijke natuur - zich in essentie hebben te vinden.
 
Vierde denkvoorstel:
Zo een ieder naar hoogte van zijn of haar bewustwording van het leven God dient;  zo dient evenredig de mentale natuur ons wezen. Naar mate dit besef als begrip in ons groeit, verkoelen en beheersen wij het mentale aanzien en zal het dat heldere inzicht schenken waarop beide naturen - de innerlijke en de uiterlijke natuur - zich in essentie hebben te vinden."
 

"Zo een ieder naar hoogte van zijn of haar bewustwording van het leven God dient" betekent: Als iemand op zijn eigen niveau en zijn eigen manier zich inzet voor het welzijn van de totaliteit ("God dient"), dan zal deze persoon daarin ondersteund worden door de vier natuurrijken, dus dan "dient de ... natuur ons wezen". Hierdoor zal ons dát inzicht gegeven worden in de innerlijke en de uiterlijke aard ("natuur") van de dingen, dat voor ons bereikbaar is.
 
Afhankelijk van het natuurrijk waarop we onze aandacht vestigen, zullen bepaalde inzichten duidelijk worden:

-als we beter naar het minerale rijk gaan kijken, zal ons zicht "ontharden en doorzien": ons zicht op de fysieke natuur (dat een wezensdeel is van onszelf) zal minder hard worden en we gaan zaken beter doorzien.

-als we beter naar het plantenrijk gaan kijken, zal ons zicht "ontgroenen en doorlichten": ons zicht op de etherische natuur (dat een wezensdeel is van onszelf) zal minder "groen" worden (dus volwassener worden; denk aan de ontgroening bij studentenverenigingen) en we gaan zaken "doorlichten", er een nieuw licht op laten schijnen.

-als we beter naar het dierenrijk gaan kijken, zal ons zicht "verwarmen en verlevendigen": ons zicht op de astrale natuur (dat een wezensdeel is van onszelf) zal warmer en levendiger worden. Zaken worden dan meer vanuit het gevoel opgepakt.

-als we beter naar het mensenrijk gaan kijken, zal ons zicht "verkoelen en beheersen": ons zicht op de mentale natuur (dat een wezensdeel is van onszelf) zal "verkoelen" (minder snel oververhit raken) en we gaan zaken beter beheersen. Zaken worden dan minder vanuit het emotionele en meer vanuit het rationele opgepakt.
 
"Overeenkomstig deze "Wet van Aantrekking" kunnen wij tevens onze fysieke belichaming in het wezen van de natuur terugvinden.
Zo vinden wij o.a. onze skeletvorming, gebit en nagels, terug in de kristallijne opbouw van het mineralenrijk.
Zo vinden wij o.a. onze darmflora en beharing terug in de etherische opbouw van het plantenrijk.
Zo vinden wij o.a. ons vlees terug in de weefselvorming van het dierenrijk.
Zo vinden wij o.a. onze individuele vorming terug in het denkvermogen van het mensenrijk."

 
De W.v.A. legt uit dat ook in ons lichaam de vier natuurrijken zijn terug te vinden. Verder heeft deze tekst geen toelichting nodig.
 
"Onmisbaar en primair bij dit scheppende bewustwordingsgebeuren, is onze geest. We dienen in dit door ons op te roepen proces, ieder moment voorkennis te hebben van het feit dat het mineralenrijk zijn aanschijn heeft op grond van onze geloofsovertuiging, wilskrachtig, rechtvaardig, uitdagend; hard, rechtlijnig, verdedigend te moeten zijn.
Zo ook t.o.v. het etherisch rijk: zonnig, hartverwarmend, koesterend; overstralend, verzengend, benauwend te moeten zijn.
Zo ook t.o.v. het astrale rijk: zorgzaam, teder, liefdevol; veroordelend, kwetsend, haatdragend te moeten zijn.
Zo ook t.o.v. het mentale rijk: analyserend, constructief, vindingrijk; verdeeld, destructief, ideeloos te moeten zijn."

 
Om een en ander beter te kunnen zien en gebruiken, is het belangrijk dat wij bepaalde samenhangen kennen. We kunnen deze samenhangen zien "op grond van onze geloofsovertuiging" (dus hoe wij er naar willen kijken).
 
Binnen elk van de vier natuurrijken zijn zowel positieve als negatieve effekten te herkennen:                                 

Natuurrijk   Positief  Negatief
     
fysieke rijk:   wilskrachtig  hard
  rechtvaardig rechtlijnig
  uitdagend verdedigend
etherische rijk: zonnig overstralend
  hartverwarmend verzengend
  koesterend benauwend
astrale rijk: zorgzaam veroordelend
  teder kwetsend
  liefdevol  haatdragend
mentale rijk: analyserend verdeeld
  constructief destructief
  vindingrijk  ideeloos
     

Kunnen wij nu uit het voorgaande een duidelijke voorstelling opbouwen, dan kunnen wij tot besef en begrip komen dat wij en al het andere nooit en te nimmer om ons en hun hoger zowel lager zelf heen kunnen; en dit tevens 24 uur per dag gezien, zowel in slapende als wakende toestand.

Zo zien we dat de Wet zelf niets inhoudt, maar daarmee juist tot realisering heeft aan te geven wat in overeenstemming doet zijn met wat wij bewust of onbewust daarin hebben voor te stellen."

Als we dit volledig gaan beseffen en integreren (één maken) met ons hele wezen, dan kunnen anderen niet meer om ons heen.

De Wet van Aantrekking geeft geen eigen kleur aan situaties, maar zorgt er slechts voor dat in onze omgeving datgene tot uitdrukking komt wat wij bewust of onbewust aansturen.